holocaust, jewish, extermination, concentration camp, shoah, auschwitz, belzec, treblinka, monowitz, birkenau, night of the long knives,
deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught, wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, nazi´s,
hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation, birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving
holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue, oswald pohl, odilo globocnik, deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught,
wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, nazi´s, hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation,
birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving, holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue,
oswald pohl, siegfried seidl, protectorate, bohemia, moravia, murmelstein, karl rahm, anton burger, karl hermann frank,

 

Kamp Westerbork - Onderwijs


Treinrails in Juden Durchgangslager Westerbork


       Op 11 april 1941 werd de eerste editie van 'Het Joodsche Weekblad' uitgegeven. Dit weekblad was een uitgave van de Joodse Raad voor Amsterdam en viel onder de verantwoordelijkheid van A. Asscher en Prof. Dr. D. Cohen, met toestemming of in opdracht van de Duitse autoriteiten natuurlijk. Op 1 september kwamen de nazi's met de volgende anti-Joodse maatregel uit. "Joodse kinderen moeten naar aparte Joodse scholen." Deze werd gevolgd door een mededeling in 'Het Joodsche Weekblad' van 5 september 1941 die gedeeltelijk hieronder volgt:

       "De Joodsche Raad en de Coördinatie Commissie delen mede, dat, met het oog op het verbod voor Joodsche kinderen, om na 1 september niet-Joodsche scholen te bezoeken, door deze beide lichamen is ingesteld een Centrale Commissie voor het Joodsche Onderwijs. Deze Commissie is bereid van raad en advies te dienen in alle zaken, het onderwijs aan Joodsche kinderen betreffend."

       Deze reactie van het Joodse Weekblad kwam niet onverwachts. Enkele dagen eerder, op 1 september, hadden de nazi's hun laatste beperkende maatregel aangekondigd waarmee ze wilden bereiken dat Joden in Nederland verder geïsoleerd zouden worden. Deze maatregel betrof schoolgaande Joodse kinderen. Aanvankelijk gold deze alleen voor kinderen die de openbare scholen bezochten. Geleidelijk aan moesten Joodse kinderen, in de leeftijd van 6 tot 14, naar scholen die door de Centrale Commissie voor het Joodse Onderwijs geopend waren. Reeds op 12 september volgde een tweede mededeling via Het Joodse Weekblad. De Centrale Commissie voor het Onderwijs aan Joodse kinderen te Amsterdam deelde mee, dat enkele lagere scholen voor Joodse kinderen te Amsterdam een week later reeds geopend zouden worden en spoedig daarna andere lagere scholen voor bijzonder onderwijs alsmede een U.L.O. school zouden volgen. De mededeling werd gevolgd door het bericht dat binnenkort ook tot de oprichting van scholen met opleiding voor het M.O en V.H.O. zou worden overgegaan. Op 26 september volgde een dringend beroep aan leerkrachten om in de verschillende gebieden van het Nijverheidsonderwijs les te geven. Dit werd op 31 oktober opgevolgd met het bericht dat diegenen, die aan een in Amsterdam op te richten Joodse Handelsavondschool een cursus wensen te volgen, zich daarvoor kunnen melden bij de Centrale Commissie voor het Joodse Onderwijs. Op 21 november 1941 verscheen de oproep aan onderwijzers en onderwijzeressen, die zich nog niet aangemeld hadden, zich alsnog te melden bij de Centrale Commissie met opgave van geslacht, leeftijd, adres, staat van dienst, en adressen waar inlichtingen verkregen konden worden.

De kleuterschool maakt een uitje tussen de barakken


       Zoals men kan zien, wordt de strop steeds nauwer aangetrokken. Vervolgens wordt op 5 december 1941 meer dan een halve pagina gewijd aan Joods onderwijs met een speciale oproep voor kandidaten voor de Joodse vormschool voor Fröbelschool onderwijzeressen, en een herhaling van de oproep voor onderwijzers en onderwijzeressen die de akte 77a [de akte voor onderwijzer(es)] in hun bezit hebben. De Centrale Commissie bood aan Joodse onderwijzers en onderwijzeressen de gelegenheid om een mondelinge cursus te volgen die leiden kon tot het behalen van de Hoofdakte. Joodse Kweekscholen kwamen ter sprake en vroegen mogelijke kandidaten om zich zo spoedig mogelijk aan te melden. Gezien de veelvuldige oproepen zou men de 'juiste' conclusie kunnen trekken dat over het algemeen weinig weerklank werd gevonden bij de oproepen. De reden lag voor de hand. Wat waren de nazi's van plan te doen met de verzamelde gegevens? Het was gevaarlijk om je zo bloot te geven. Wekelijks, zelfs dagelijks werden Joden opgepakt. Voor Joden zag de toekomst er maar grim uit. Als men kennis had kunnen nemen van de plannen die de nazi's uitgewerkt hadden voor de uiteindelijke uitroeiing van het Jodendom, niet alleen in Nederland maar door geheel Europa, dan werd opeens duidelijk wat er in Nederland gebeurde. Maar noch de Joodse Raad noch de Centrale Commissie had mogelijk kunnen voorzien dat deportatie en vernietiging in die plannen opgenomen waren.

       Het Joodse Weekblad plaatste ook in de 12 december 1941 uitgave opnieuw de nodige oproepen voor leerkrachten en studenten. De Centrale Commissie voor het Joodse Onderwijs nam de opgelegde taak serieus. Ze probeerde om zo snel mogelijk aan de nazi opdracht te voldoen. Joodse kinderen moesten van de niet-Joodse schoolkinderen gescheiden worden. We mogen aannemen dat men hoopte dat deze maatregelen slechts van tijdelijke aard zouden zijn.

       Het ligt voor de hand dat het bevel om Joodse kinderen van de Openbare Scholen te verwijderen niet overnacht uitgevoerd kon worden. De Joodse Raad en de Centrale Commissie hadden daar tijd voor nodig om de nieuwe, nog in het leven te roepen Joodse Scholen te organiseren. Vooral in Amsterdam waar de grootste Joodse bevolking woonde, maar ook door het gehele land. Op 9 januari 1942 meenden de nazi's echter dat genoeg tijd was gegeven om hun bevel uit te voeren. Het gevolg was dat de nazi's nu een tweede, meer drastisch bevel uitvaardigden. Ze verboden Joodse kinderen om Openbare Lagere Scholen als ook Scholen voor Hoger Onderwijs te bezoeken. Speciaal voor dit doel ingerichte Joodse Scholen waren nu, min of meer, operationeel door geheel Nederland. Zelfs in kamp Westerbork.

       Deportaties naar het Oosten begonnen in alle ernst op 15 en 16 juli 1942 toen de eerste twee treinen vanaf het perron van Hooghalen richting Auschwitz/Birkenau vertrokken met in totaal 1723 slachtoffers aan boord. Onder hen waren meerdere honderden kinderen. Blijkbaar was voor hen de verplichte scholing niet meer van belang. Toen dan ook het nazi deportatie rooster in 1942 op volle toeren draaide, werden gehele families inclusief kinderen regelmatig vanuit Vught, maar ook vanuit Amsterdam via Westerbork naar Auschwitz/Birkenau of Sobibor afgevoerd. Deze transporten naar en van Westerbork werden in elkaar gezet met ongeveer 1,000 personen per transport. Alhoewel later, toen de treinen Sobibor als einddoel hadden, de capaciteit over het algemeen werd opgevoerd tot 2,000 personen. Op die manier werd getracht om de maximale capaciteit van het kamp in evenwicht te houden. Op 2 maart 1943 vertrok de eerste deportatie trein naar Sobibor. 1,105 Joden werden aan boord gedrukt. Onder hen waren weer kinderen. Meer dan 100 weeskinderen in de leeftijd van 2 tot 14 jaar.

       Het meest beruchte transport was het echter deportatietreinstel nr. 15 met als einddoel Sobibor. Deze trein vertrok uit Vught op 6 juni 1943, laat op de avond. De volgende morgen kwam de trein in Westerbork aan waar nog meer slachtoffers toegevoegd werden. In totaal telde dit transport nu 3017 Joden, 1266 waren kinderen jonger dan 16 jaar. Na een dag langs de 'Boulevard des misérables' gestaan te hebben, wat voor de ingesloten gevangenen een oneindig lange tijd moet zijn geweest, verliet de trein bestaande uit veewagens richting Sobibor waar de ongelukkigen op 11 juni aankwamen. Nog diezelfde dag werden de meesten, zeker de kinderen, onmiddellijk na aankomst vergast en gecremeerd. Slechts enige tientallen personen werden voor werk in het district Lublin uitgezocht. Niemand van het transport heeft de oorlog overleefd. Ook voor deze kinderen was schoolplicht niet meer belangrijk.

       Evengoed besloten de nazi's dat met het binnenbrengen van kinderen in Westerbork het belangrijk was normaal te doen voorkomen. En de Joodse Raad meende dat het daarom noodzakelijk was om ook in Westerbork het onderwijs voort te laten gaan. Kinderen tussen de leeftijd van 6 en 14 jaar werden verplicht om dagelijks naar school te gaan. Deze school moest natuurlijk onderwijzers en onderwijzeressen hebben. Geen bezwaar, werkkrachten kwamen immers regelmatig in Westerbork aan. We mogen en kunnen natuurlijk niet van een georganiseerd onderwijs spreken. De klaslokalen waren uiterst primitief en schoolmateriaal was niet altijd beschikbaar. Evengoed deden de leerkrachten hun uiterste best onder de gegeven omstandigheden. Kinderen onder 6 jaar sliepen bij de moeders, maar overdag werden ze opgenomen in een kleuterschool of crèche als de moeders ingedeeld waren om te werken. Kinderen van 6 tot en met 14 waren schoolplichtig. Het ligt voor de hand dat het schoolsysteem wekelijks veranderingen onderging omdat leerkrachten en ook leerlingen niet aan deportatie ontkwamen. Totdat er geen leerkrachten en leerlingen meer waren.