holocaust, jewish, extermination, concentration camp, shoah, auschwitz, belzec, treblinka, monowitz, birkenau, night of the long knives,
deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught, wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, nazi´s,
hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation, birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving
holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue, oswald pohl, odilo globocnik, deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught,
wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, nazi´s, hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation,
birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving, holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue,
oswald pohl, siegfried seidl, protectorate, bohemia, moravia, murmelstein, karl rahm, anton burger, karl hermann frank,

 

Bevrijding van Westerbork
Captain Carel Ruijsch van Dugteren

Kapitein Carel Ruijsch van Dugteren


       De samenstelling van de lijsten welke para's in welk toestel zaten is vrij nauwkeurig na te gaan. Operatie Amherst heeft ons 47 lijsten met namen nagelaten. In sommige gevallen werden er net voor het opstijgen echter nog enkele wijzigingen gemaakt. Zo zou Bestebreurtje met een later vliegtuig vertrekken maar door motorpech werd hij toegevoegd aan het 21e vliegtuig tezamen met de drie andere Jedburgh commando's. Op zaterdag 7 april 1945, even na het middaguur, kreeg dus de ploeg van de speciale strijdkrachten, nu een Jedburgh team van vier man, opdracht om zich gereed te maken voor een missie in de buurt van Hooghalen, in de provincie Drente gelegen, in opdracht van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO). De leden van het volledige team waren de Engelse majoor R.A.F. Harcourt die tevens de bevelvoerend officier was, de Nederlandse kapiteins Carel J. L. Ruijsch van Dugteren en Arie Bestebreurtje, en de Britse sergeant radio-telegrafist C. C. Somers. Tijdens de dropping van 7 op 8 april volgde het Jedburgh 'Team Dicing' het Franse S.A.S. team van de Franse kapitein Larralde. Larralde had het bevel over de groep Franse valschermjagers. Vervolgens waren er nog de Britse kapitein Fay en een Franse 2e luitenant Quillet. Ook aan boord waren de Franse valschermjagers Lignier, Rutard, Soudain P. Cazenave, Ruaud, Pilorget, Dugognon en Lebas als ook de Britse para Corrigan. Deze twaalf man maakten deel uit van de 21e groep, ook 21e stick genoemd. De vier Jedburgh mannen behoorden tot het Team Dicing. Ze werden met een gemodificeerde Sterling bommenwerper afgeworpen die parachutisten via een bodemluik achter in het vliegtuig kon laten springen.

De kapiteins Fay en Larralde


       Tijdens de landing kwam kapitein Bestebreurtje ongelukkig op zijn rechter enkel en been terecht en kon niet verder aan de operatie deelnemen. Het gelukte majoor Harcourt om contact met hem te maken. Zelfs nam hij de tijd om hem te verbergen waardoor Bestebreurtje aan ontdekking ontkwam. Het heeft echter tot gevolg gehad dat Harcourt zelf wel ontdekt en gevangen genomen werd. Uiteindelijk werd majoor Harcourt op 30 april tezamen met 67 Franse para's, die aan operatie Amherst hadden deelgenomen, uit het krijgsgevangenkamp nabij Bremen in Duitsland bevrijd. Volgens het dagboek van Ruijsch van Dugteren landde zijn Stick - groep van 15 man rond 11 uur 's avonds in een veld bij Hooghalen. Als laatste sprong het Team Dicing. Ook volgens Ruijsch van Dugteren was het werk van de dispatcher - de persoon die de para's af moest zenden zeer slecht. Hij kende zijn werk niet met als resultaat dat het een trage afwerping werd. Het gevolg daarvan was dat de groep ver uitgespreid terecht kwam. Ruijsch van Dugteren landde in een bebost gedeelte waarna hij onmiddellijk een zoekactie begon om de andere drie en zijn bagage op te sporen. Echter zonder succes. Uiteraard wist hij niet wat er met Bestebreurtje gebeurd was en ook niet dat Harcourt, die Bestebreurtje wel gevonden had, inmiddels krijgsgevangen gemaakt was.

       In zijn dagboek schrijft Ruijsch van Dugteren, "Ik zocht (Ed.: naar mijn kameraden) tot 4 uur die zondagmorgen waarna ik besloot het veld te verlaten om contact te zoeken (Ed.: met het verzet). Om 6 uur vond ik bij het afwerpterrein Teun Leever, een jachtopziener en tevens het hoofd van het plaatselijk verzet. Hij was onze steun van het begin tot het eind. Nadat hij mij in de bossen verstopt had probeerde hij zoveel mogelijk bagage en mensen op te sporen (Ed.: bedoeld moet worden verzetsmensen). Om 10 uur kwam hij terug met de mededeling dat de moffen de bossen rond het afwerpterrein omsingeld hadden. Ondanks dat had hij verschillende pakken kunnen bergen. Ook had hij Somers gevonden die hij op 2 mijl (Ed.: 3.22 km) van de plaats waar ik mij bevond, in het struikgewas had verborgen. Kort daarna werd het bos doorzocht door ongeveer veertig man Grüne Polizei. Zij ontdekten echter niets, al scheelde het maar weinig. Heel de omgeving, inclusief de huizen kregen een beurt. Toen dit voorbij was, ging Leever op zoek naar majoor Harcourt, die door de burgers in een Amerikaanse overall gezien was. Leever had geen succes en ging op stap om de verschillende lokale verzetsleiders te vertellen dat ik hen die avond wilde toespreken. Hij kwam om 5 uur 's avonds terug met het nieuws dat 80 moffen het bos met honden benaderden. Leever verborg mij zorgvuldig en liep met een nog warme dode kalkoen in een cirkel om de plaats heen waar ik verborgen lag. Het resultaat was dat toen de honden de cirkel naderden zij geen interesse toonden en doorliepen. Dit optreden van Leever redde mij het leven. Hierna werd er niet meer naar mij gezocht".

Sprong vanuit een Sterling


       Van maandag 9 tot en met woensdag 11 april hield Ruijsch van Dugteren zich bezig met het leggen van contacten met de verzetslieden uit Assen. Er werden wapeninstructies gegeven en verzetsactiviteiten tegen geïsoleerde Duitsers uitgevoerd. Ruijsch van Dugteren maakt vervolgens melding in zijn dagboek van het kamp Westerbork. Hij schrijft, "Aan het eind van de middag (Ed.: dit moet 12 april rond 3 uur geweest zijn. Dat klopt met het officiële verhaal dat kamp Westerbork rond 3 uur op 12 april bevrijd werd) rolden de Canadese tanks langs onze boerderij (Ed.: het is niet duidelijk welke boerderij hier bedoeld is doch ik neem aan dat het een boerderij nabij kamp Westerbork geweest is). Iedereen was gek van vreugde. Wij (Ed.: ik neem aan dat Sgt. Somers hierbij inbegrepen is) waren de eersten die een Joods concentratiekamp (Ed.: Westerbork) binnenliepen waar 800 mensen zaten (Ed.: het officiele nummer lag hoger. Er zaten nog 876 gevangenen waaronder ruim 500 Joden in het kamp. Volgens Aad van As had de kapitein van de Duitse Grenzschutzpolizei - Grensbewaking, die met zijn manschappen in het kamp aanwezig waren geweest, eerder het kamp verlaten onder het meenemen van 120 politieke, niet-joodse gevangenen. Deze gevangen werden de volgende dag, op 13 april onderweg door de Canadezen bevrijd). Ik was blij dat ik het (Ed.: kamp) weer kon verlaten. Wij namen nog twee Duitsers krijgsgevangen die in een greppel lagen. Gedurende de nacht hoorden we kanonvuur in de richting van Assen."

       Dit is de enige vermelding die dit Jedburgh commando van het kamp Westerbork maakt. Ondanks het feit dat Team Dicing niet de opdracht had om actief aan de bevrijding van kamp Westerbork deel te nemen, toch is Ruijsch van Dugteren volgens zijn eigen dagboek wel in het kamp aanwezig geweest zijn. Het is echter een feit dat door de snelle opmars van de Canadezen en het ingrijpen van Sam Schrijver een eventueel bloedbad onder de gevangenen voorkomen werd. Een dag later, op vrijdag 13 april 1945 werd mijn geboorteplaats Assen bevrijd!

Foto's: Hollandia B.V., Amsterdam.




 





 










































 

 

 


English