holocaust, jewish, extermination, concentration camp, shoah, auschwitz, belzec, treblinka, monowitz, birkenau, night of the long knives,
deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught, wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, nazi´s,
hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation, birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving
holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue, oswald pohl, odilo globocnik, deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught,
wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, nazi´s, hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation,
birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving, holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue,
oswald pohl, siegfried seidl, protectorate, bohemia, moravia, murmelstein, karl rahm, anton burger, karl hermann frank,

 

Kamp Westerbork - Voedselvoorziening


Gedenken van de Joodse slachtoffers in Juden Durchgangslager Westerbork


       Ongeacht het feit dat voedsel voor de bevolking van Nederland 'op de bon' was, lijkt het er op dat het kamp Westerbork redelijk wel voorzien werd. Er is geen bewijs dat de gevangenen erg geleden hebben met uitzondering van een korte tijd toen het binnenbrengen van opgepakte Joden plotseling sterk toenam. Dat vond plaats gedurende de overgang van Vluchtelingenkamp naar Transitokamp. Voor korte tijd ontstond er voedsel tekort want plotseling nam het aantal Joden dat het kamp binnen werd geloodst toe. Dat probleem werd door de nazi's snel opgelost met het snel doorsturen van grote aantallen Nederlandse Joden naar het Oosten. Tussen 15 juli en 7 augustus werden 7,744 Joden, over acht treinen verdeeld, gedeporteerd. Allen werden naar Auschwitz II ook bekend als Birkenau gestuurd overeenkomstig de Endlösung - Uiteindelijke oplossing van de Judenfrage - Joodse kwestie. Hierbij werden de richtlijnen aangehouden die voortgekomen waren uit de Wannsee Conferentie van 20 januari 1942.

       Gedurende de oorlogsjaren moest elke geregistreerde Nederlandse staatsburger, zowel Jood als niet-Jood, in het bezit zijn van een stam- en bonkaart. Zonder deze was het niet mogelijk om aan voedsel te komen. Het ligt voor de hand dat onderduikers die luxe niet kenden. Zij moesten geholpen worden door de ondergrondse. Joden, ook na dat ze in Westerbork terechtgekomen waren behielden hun bonkaart wel. Die moest echter worden ingeleverd bij het registreren in het kamp, hetzij Westerbork, Vught of Amersfoort.

       Gezien de regelmaat waarmee de deportatie treinen Westerbork verlieten was de behoefte aan bonkaarten miniem. Per slot, gedeporteerden hadden hier geen verdere behoefte aan voedsel. Het ligt voor de hand dat ongebruikte coupons voornamelijk gebruikt werden om de nazi autoriteiten van extra voedsel te voorzien. Soms werden achterblijvers van het kamp ook 'getrakteerd'.

       Levensmiddelen, zoals brood, eieren, boter en melk werden in winkels in de nabij gelegen dorpen ingekocht. Hiervoor werd een werkafdeling aangesteld die onder toezicht stond van een collaborerende marechaussee. Ontvluchten was daarom veelal niet mogelijk, ook al was het werk buiten het kamp. Ontvluchtingen waren mogelijk en enkele ontvluchtingen zijn bekend maar het was niet eenvoudig. Om buiten het bereik van de nazi's te blijven was moeilijk. De kosten die verbonden waren aan het verlenen van onderdak aan een slavenarbeider, een partizaan of een Jood waren zeer hoog. Wanneer het ontdekt of verraden werd, betekende dat meestal afvoer naar een concentratiekamp voor de weldoener en dat betekende op zijn beurt vaak zekere dood. Wanneer een Jood kans zag om uit Westerbork te ontsnappen, dan stond het vrijwel altijd vast dat achtergebleven familie leden met het eerstvolgende transport naar het Oosten werden gestuurd.

De eigenaar van 'de Spar' en zijn zoon poseren voor deze foto met de 'brood-groep'.


       Zoals met alle Dienstbereichen - werkgroepen, te werk gesteld worden in de voedselvoorziening betekende tijdelijk uitstel van gevreesde deportatie. Altijd heerste er de hoop dat werk in een werkafdeling voort zou duren tot aan het eind van de oorlog. Als men zich maar bezig kon houden, dat was de hoop. Die hoop belette menigeen om het risico van ontsnappen te nemen. Voor allen was echter het resultaat van een dergelijke ongerechtvaardigde hoop het gevreesde, onvermijdelijke einde. Meer dan 104,000 Joden verlieten Nederlandse bodem om niet meer terug te keren. In de hier boven afgedrukte foto zien we de eigenaar van 'de Spar' met zijn zoontje en de werkploeg die voor levensmiddelen moest zorgen. Het leven weerspiegelde normaliteit. Met uitzondering natuurlijk van de aanwezige marechaussee en de wekelijks terugkerende en altijd verafschuwde deportatietrein die naar het Oosten vertrok.