holocaust, jewish, extermination, concentration camp, shoah, auschwitz, belzec, treblinka, monowitz, birkenau, night of the long knives,
deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught, wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, naziīs,
hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation, birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving
holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue, oswald pohl, odilo globocnik, deportations, judenrat, majdanek, westerbork, chelmno, vught,
wannsee, theresienstadt, roma, sinti, night of the broken glass, extermination camps, naziīs, hitler, jews, diaspora, jewish council, judenrat, transportation,
birkenau, ghetto, hans vanderwerff, sion soeters, aktion reinhard, terezin, himmler, david irving, holocaust denial, holocaust lest we forget, jews, synagogue,
oswald pohl, siegfried seidl, protectorate, bohemia, moravia, murmelstein, karl rahm, anton burger, karl hermann frank,

 

Holocaust in Holland - Vluchtelingenkampen


Na de Kristallnacht gingen de grenzen kort open. 7,000 Joodse vluchtelingenkwamen naar Nederland.

       Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam brak voor de Joden in Duitsland een donkere tijd aan. Hitler had niet onder stoelen of banken gestoken hoe hij dacht over het Joodse ras en zeker niet wat hij van plan was met ze te doen, als hij eenmaal het roer in handen had. Hij had daarover geschreven in zijn boek "Mein Kampf - Mijn Strijd." Veel Joden voelden zich terecht bedreigd en besloten dan ook om Duitsland te verlaten. Ze zochten een veilig heenkomen in Nederland vanwege de neutraliteit, die Nederland aangehouden had gedurende de Eerste Wereldoorlog. Tenminste dat dachten ze!

       Vluchtelingen worden nergens als staatsburgers beschouwd. Staten zien hen niet als onderdaan, met als logisch gevolg dat zij hen niet de nodige bescherming kunnen bieden. In de jaren dertig werden Joodse vluchtelingen uit Duitsland, dan ook op een aparte manier geregistreerd en behandeld. De vervolging die in Duitsland plaats vond bracht niet alleen legale vluchtelingen naar de grens, er kwamen ook veel illegalen het land binnen. In Nederland werd onderscheid gemaakt tussen Joodse vluchtelingen en Nederlandse Joden, maar als in 1939 de oorlog in Europa uitbreekt, neemt het wantrouwen jegens de vluchtelingen toe.

Illegale Joodse vluchtelingen werden de grens overgezet. 


       In 1936 wordt er een volkstelling afgekondigd. Het devies luidt als volgt: "Elke persoon die in Nederland geboren is, daar woont of zich daar blijvend vestigt, dient te zijn ingeschreven op een persoonskaart." De nieuwe persoonskaart zal de persoon "van de wieg tot het graf" volgen. Als iemand verhuist naar het buitenland vertrekt of overlijdt, dan dient een akte opgemaakt te worden, die aan de persoonskaart bevestigd behoort te worden.

       De heer Lentz, directeur van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, was de ontwerper van de persoonskaart. Triomfantelijk wordt de kaart begroet met, "nergens ter wereld vindt men een bevolkingsregister, dat wat volledigheid en nauwkeurigheid aangaat, met het onze op ťťn lijn kan worden gesteld." Zwervers zijn hiervan uitgesloten. Voor hen is het niet nodig, dat zij zich in laten schrijven in welke gemeente dan ook. Ze wonen immers niet in een huis, ook al leven ze wel binnen de staatsgrenzen. Eigenlijk geldt hetzelfde voor zigeuners en woonwagenbewoners. En dan zijn er nog de vluchtelingen, legale zowel als illegale vluchtelingen.

       Zij komen in de jaren twintig vooral uit Oost Europa. Poolse Joden en statenloze Joden. De laatsten zijn Joden die statenloos geworden zijn gedurende WO I, waarbij bestaande staten verdwenen en nieuwe ontstonden. Na 1933 komen meer en meer Duitse Joden, maar ook nog steeds Poolse die in Duitsland niet welkom zijn, het land binnen. Erg welkom zijn ze in Nederland trouwens ook niet. De Polen nog minder dan de Duitsers, want ze zijn armer. Werk hebben ze meestal niet. Als ze wel werk kunnen vinden, gaat dat ten koste van de Nederlandse arbeider. Het gevolg was dat in Nederland in 1934 een wet voor buitenlandse arbeidskrachten uitkomt. Die wet heette, "Wet tot regeling van het verrichten van arbeid door vreemdelingen". De wet houdt in dat, mocht er werk beschikbaar zijn, Nederlandse arbeidskrachten de voorkeur genieten boven buitenlanders. Hoe dan ook, werk vinden is een probleem. Zonder een verblijfsvergunning is het een heel groot probleem, want heb je geen vergunning, dan ben je illegaal. Ben je illegaal, dan zijn je kansen minimaal.

       Na de Kristallnacht - de nacht van het gebroken glas, die plaats vond in november 1938 werd het probleem in Nederland nog groter. Eerst was er in maart 1938, na het inlijven van Oostenrijk, een massale uittocht van Joden naar Nederland. Die werd in datzelfde jaar gevolgd door een nog grotere uittocht van Joden uit Duitsland, ten gevolge van de Kristallnacht. Op 19 december 1938 vaardigde het departement van Binnenlandse Zaken een beschikking uit, voor de registratie van Joodse en zogenaamde niet-arische vluchtelingen. Volgens deze nieuwe beschikking van het Ministerie van Binnenlandse Zaken mogen deze vluchtelingen niet in het bevolkingsregister worden opgenomen. Ze krijgen geen persoonskaart in het gemeentelijk bevolkingsregister, maar aparte kaarten in een apart persoonsregister. De kaarten worden zelfs gekleurd, lichtgroen voor mannen en roze voor vrouwen. Het leven van legale als illegale vluchtelingen ziet er niet rooskleurig uit. Om deze mensen te herbergen worden vreemdelingenverblijven ingericht.

 

 

Huize Cromvliet

Huize Overvoorde


       Binnen deze verblijven is weinig vrijheid en vaak streng toezicht. Op 21 januari 1939 verschijnt Bijlage E., besluit instelling kampen voor legale Joodse vluchtelingen, "De Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, gezien artikel 22 van het Koninklijk Besluit van 16 augustus 1918, Staatsblad no. 521 (Vreemdelingen reglement), sedert gewijzigd:

Besluiten:

Als verblijfplaatsen voor vreemdelingen, niet bestemd voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid (Ed.: hier worden de illegale Joodse vluchtelingen mee bedoeld), van genoemd Koninklijk Besluit, aan te wijzen:"

   1. de Gemeentelijke Quarantaine-inrichting Zeeburgerdijk te Amsterdam;
   2. het Haven-quarantainestation Beneden Heyplaat te Rotterdam;
   3. Huize 'Cromvliet' in Rijswijk, Z.H.;
   4. Huize 'Overvoorde' in Rijswijk, Z.H.;
   5. Huize 'Ockenburg' te Loosduinen;
   6. het Rivierhuis, te De Steeg, (gemeente Velp);
   7. het Zeehuis te Bergen aan Zee;
   8. 'Elim' op Schiermonnikoog;
   9. Bondshuis van den Nederlandschen Protestanten Bond, Amersfoortscheweg 91 te Soesterberg;
  10. het Dommelhuis, Jonckbloetlaan 12 te Eindhoven;
  11. het Koloniehuis 'Sonsbeek', aan de Schelmscheweg te Arnhem;
  12. het Vakantiehuis van het Centraal IsraŽlitisch Weeshuis, Baarnscheweg 58 te Den Dolder;
  13. de IsraŽlitische Gezondheidskolonie te Ter Heide;
  14. de R.K. Vacantiekolonie te Eersel;
  15. het Doopsgezind Broederschapshuis 'Fredesheim' te Steenwijk;
  16. het Pensionaat St. Antonius te Slagharen;
  17. het K.L. Smit-Oord te Losser;
  18. de Jeugdherberg 'De Kleine Haar', te Gorssel bij Deventer;
  19. het Noorderhuis te Hoogeveen;
  20. het Emma Kinderhuis te Wijk aan Zee;
  21. de IsraŽlitische Gezondheidskolonie het Liesbosch, de Leur (N.B.);
  22. het IsraŽlitisch Weeshuis, Mathenesserlaan 208 te Rotterdam;
  23. het Vluchtelingenkamp 'Koninginnehoofd', Wilhelminakade 74 te Rotterdam;
  24. het Lloyd Hotel, Oostelijke Handelskade te Amsterdam Oost;
  25. het Doopsgezinde Broederschapshuis te Schoorl.

                                                                                           's-Gravenhage, 21 Januari 1939

       In de loop van 1939 viel een aantal locaties af als vluchtelingenkamp. Het ging om de nummers 6 t/m 9, 12 en 13, 15 t/m 21 en 25. Het Lloyd Hotel in Amsterdam moest in verband met de mobilisatie worden ontruimd; de vluchtelingen werden verplaatst naar een gebouw aan de Oostelijke Handelskade nr. 12.

       Voor korte of langere tijd werden nieuwe kampen in gebruik genomen, o.a. het Rusthuis Acaciahof en het rust- en vakantieoord Johanneshof in Dieren; het Burgerweeshuis, het Nederlands en Israelisch Jongens en Meisjes Weeshuis, de jeugdherberg Vondelhof te Amsterdam; Huize Kraaybeek in Driebergen; het Wees- en Aelemoeseniershuis in Gouda; het gebouw Achterklooster in Rotterdam; het IsraŽlitisch Weeshuis, Huize Ten Vijver in den Haag; Het Hof van Moerkerken te Mijnheerenland; Het Paviljoen in Loosdrecht; Jozeboko in Hilversum; het Centraal IsraŽlitisch Weeshuis te Utrecht; het Doopsgezind Broederschaphuis in Elspeet; het R.K. en Protest. vluchtelingenoord te Sluis; en vanaf oktober 1939 Westerbork.

Paviljoen Loosdrechtse Rade


       Een aantal van deze kampen was bestemd voor 'niet-arische' (Ed. bedoeld wordt Joods) katholieke en protestante vluchtelingen (b.v. Sluis, Johanneshof in Dieren, de R.K. Vakantiekolonie in Eersel).

       Op 5 mei 1940 waren als kampen voor legale Joodse vluchtelingen in gebruik: Westerbork; Oostelijke Handelskade 12, het Burgerweeshuis, het Nederlands IsraŽlitisch Jongens en Meisjes Weeshuis, het Jongenstehuis Westersingel 60 te Rotterdam; het Centraal IsraŽlitisch Weeshuis in Utrecht; Huize Kraaybeek te Driebergen; Het Hof van Moerkerken in Mijnheerenland; Het Paviljoen in Loosdrecht. Voor de 'niet-arische' (Ed. bedoeld wordt Joodse) katholieke en protestantse vluchtelingen bestonden op die datum de kampen te Sluis, Eersel en Dieren.

Verantwoording: Bovenstaande informatie is beschikbaar gesteld uit de Bibliotheek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Foto boven van gedeporteerd Duits meisje, Spaarnestad Fotoarchief.